In eigen woorden...
“Isobel is een karakter uitgevonden door Björk. Het meisje groeit op in het woud, pas op latere leeftijd gaat ze naar de stad. Ze kan niet goed uit haar hoofd kruipen, ze zit nog steeds in haar wereld. De gebouwen zijn bomen, vliegtuigen zijn motten. Ze leeft op een intuïtieve, primitieve manier. In mijn project wil ik dat karakter tot leven wekken."
Waarvoor ga je jouw tijd bij Bosacademie gebruiken?
In Het Bos is het de bedoeling om mijn éigen muziek te maken. De afgelopen twee jaar heb ik veel geschreven ter voorbereiding. Hier heb ik ook de ruimte om te improviseren met decor, ik ga eens kijken of ik een elektronische set er niet-elektronisch kan laten uitzien met lampen en doeken.
Wat voor dingen heb je precies geschreven dan?
Ik noem het avant-garde pop (i.e. popmuziek met dezelfde aanpak als avant-gardemuziek, geen afgeleide van! ed.) Ik gebruik graag instrumenten die je niet snel zou horen in het genre, zoals de oed. Ik schreef ook een stuk voor zang onderwater. Ik heb me verdiept in technieken om de grenzen van het genre op te zoeken. De avant-garde pop staat bekend om Björk, Arca, Grimes, Tsar B, etc. Wat ik met hun gemeen heb is dat ze uit een klassieke achtergrond komen en graag pop en elektronische muziek schrijven, het levert een combinatie van de twee op.
Björk, Arca, Grimes, Tsar B, zullen we zeggen dat zij jouw inspiratiebronnen zijn?
Zeker. Eigenlijk heb ik twee soorten muziek om naar te luisteren. De ene is voor inspiratie, de andere om van te genieten – en dat is niet
per se hetzelfde. Muziek die inspiratie biedt vraagt veel meer aandacht en is moeilijker verteerbaar.
Zou je willen dat het publiek jouw muziek ervaart als ‘moeilijk verteerbaar’?
Ik moet het wel in een jasje steken – ik geef zelf toe dat ik er niet naar zou blíjven luisteren. Dat wil ik dan ook uitzoeken in Het Bos: wat is de juiste afwisseling van liedjes? Hoe ver mag ik gaan? Contrasten spelen goed op elkaar in. Soms kan iets enkel heel mooi klinken als er daarvoor iets rauw en distorted is geweest.
... Genoeg het experiment aangaan, maar ook luister-baar genoeg blijven voor het publiek.
Hoe bevalt het leven als soloartiest?
Voordien schreef ik veel arrangementen, nu zijn het volledige composities. Nu kom ik met mijn eigen ideeën en muziek.
... Ook de teksten schrijf ik zelf – het zijn verhalen in alle talen. Sommige stukken schrijf ik in het Nederlands, andere in het Engels, een in het Bulgaars. Ik heb ook muziek met zang in wartaal, zelfbedachte woorden. Muziek is zo beeldend en sprekend op zich, soms verlies je betekenis door woorden erop te plakken. Als ik voel: dit spreekt voor zich, dan moet dat zo blijven. Je laat je publiek aan hun creativiteit over.
Wat vind je van de hedendaagse populaire pop?
Er is helemaal niets mis mee. Muziek kan gewoon supercatchy en makkelijk verteerbaar zijn, ik vind dat heel fijn. Dat zou ik gewoon zelf niet snel schrijven. Ik hoor graag de invloeden, die hoor ik niet in dié muziek.
Ga je zelf ook invloeden oppikken; om te verwerken in je muziek?
Vaak begin ik vanuit een specifiek idee dat me triggert, zoals micro-tonale muziek. Dat wil zeggen dat er niet geschreven wordt in het Westers toonsysteem maar een beetje boven of onder de normale 440 Hertz die wij gebruiken. Die noten zijn niet in tune, maar als je ze op een slimme manier gebruikt begint de muziek te duwen en trekken. Het draait om de relatie van het ene akkoord met het andere.
... Een grote eigenschap aan mijn muziek is dat – ik wil dat – het mensen doet bewegen, dat ze moéten bewegen, daarom niet per se hard dansen. Het is wat trekt en duwt.
Meeslepend en aangrijpend én dramatisch, de muziek die voor zich spreekt.